Direct naar  hoofdmenu / submenu / zoekveld
Home / Actualiteitenoverzicht / 2012 / Reactie Europese Commissie op vragen over Procedure- en Opvangrichtlijn

Reactie Europese Commissie op vragen over Procedure- en Opvangrichtlijn

Antwoord van Europese Commissie op een aantal vragen die de Eerste Kamer vorig jaar heeft gesteld.

In een brief van 2 april reageerde de Europese Commissie op een aantal vragen die de Eerste Kamer op 7 oktober vorig jaar stelde. De Commissie gaat onder meer in op de termijn waarbinnen rechterlijke toetsing van vreemdelingenbewaring moet volgen en op het onthouden van schorsende werking van een rechtsmiddel na afwijzing van een asielverzoek.

Over de 72-uurstermijn na inbewaringstelling stelt de Commissie: “Er bestaat bij u bezorgdheid dat de termijn van 72 uur waarbinnen bewaring door de rechter moet worden bevestigd, te kort is. Deze wijziging is echter gebaseerd op de huidige praktijk in bepaalde lidstaten, waarvan sommige een nog kortere termijn hanteren. Het is essentieel dat bewaring altijd snel door de rechter wordt bevestigd, gezien de ernst van deze sanctie en de inbreuk die ermee wordt gemaakt op de grondrechten van de betrokkene.”

Over het onthouden van schorsende werking aan een rechtsmiddel schrijft de Commissie: “De Commissie acht het in een beperkt aantal gevallen gerechtvaardigd geen automatisch schorsende werking toe te kennen, op voorwaarde dat een rechterlijke instantie bevoegd is om, op verzoek van de betrokken verzoeker of ambtshalve, uitspraak te doen over de vraag of de verzoeker op het grondgebied van de lidstaat mag blijven in afwachting van de uitkomst van het rechtsmiddel. De gevallen waarin de Commissie dit gerechtvaardigd acht, worden genoemd in artikel 46, lid 6, van het gewijzigd voorstel: bij verzoeken die op grond van artikel 31, lid 6, als frauduleus of kennelijk ongegrond worden beschouwd, wanneer de verzoeker als vluchteling is erkend in een andere lidstaat, en in het geval van volgende verzoeken waarbij geen sprake is van nieuwe elementen in vergelijking met het vorige verzoek; dit geldt echter niet voor grens procedures. In het kader van het toezicht op de toepassing van het EU-recht in Nederland zal de Commissie de huidige Nederlandse praktijk toetsen aan de zich ontwikkelende jurisprudentie van de Europese hoven, en zo nodig contact opnemen met de Nederlandse autoriteiten of maatregelen nemen overeenkomstig de Verdragen.”

Meer informatie

De brief van de Europese Commissie

De brief van de Eerste Kamer




Uitgelicht


Zoeken