Direct naar  hoofdmenu / submenu / zoekveld
Home / Actualiteitenoverzicht / 2013 / ACVZ-advies ‘Waar een wil is, maar geen weg.’

ACVZ-advies ‘Waar een wil is, maar geen weg.’

Buitenschuldbeleid is onduidelijk: gevaar voor willekeur

Dat schrijft de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) in het advies ‘Waar een wil is, maar geen weg’, dat op 1 juli 2013 is uitgebracht. Vreemdelingen die zijn uitgeprocedeerd, maar die buiten hun schuld niet zelfstandig uit Nederland kunnen vertrekken, kunnen alsnog een verblijfsvergunning krijgen. Deze ‘buitenschuldvergunning’

wordt alleen verleend aan vreemdelingen die er alles aan hebben gedaan om zelfstandig te

vertrekken, maar die daar, ook met hulp van de Nederlandse overheid, niet in zijn geslaagd.

 

Beleid doet uiteindelijk waar het voor is bedoeld

Uit het onderzoek is gebleken dat vreemdelingen die aan de voorwaarden voldoen, uiteindelijk een buitenschuldvergunning krijgen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) verleent enkele tientallen buitenschuldvergunningen per jaar. Dat aantal is beperkt omdat er maar weinig landen zijn die hun eigen onderdanen niet terug nemen. De commissie ziet geen aanleiding om de doelgroep van het beleid uit te breiden met vreemdelingen die stellen dat ze niet kunnen vertrekken omdat ze niet gedwongen kunnen worden uitgezet. Deze groep heeft immers niet zelf alles geprobeerd om te vertrekken.

 

Wel noodzaak om het beleid te verduidelijken en consequent uit te voeren

Vóór 2011 werd de wettelijke beslistermijn van zes maanden in veel buitenschuldzaken

ruimschoots overschreden. De commissie heeft relatief veel zaken gezien waarin de IND na lange tijd een beslissing introk, of de rechter bepaalde dat de zaak over moest omdat de afwijzing van de aanvraag niet goed was gemotiveerd. Ook is de IND verschillend omgegaan met zaken waarin een reactie van de autoriteiten van het land van herkomst op een verzoek van de vreemdeling om afgifte van een reisdocument, lange tijd uitbleef. Daarnaast zijn buitenschuldvergunningen verleend, terwijl niet aan alle voorwaarden was voldaan. Volgens de ACVZ heeft dit alles kunnen gebeuren omdat de voorwaarden voor verlening van de buitenschuldvergunning onduidelijk zijn. Zo luidt de belangrijkste voorwaarde dat sprake moet zijn van ‘een samenhangend geheel van feiten en omstandigheden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat de vreemdeling buiten zijn schuld Nederland niet kan verlaten’. Dit wordt beoordeeld door de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V), die de IND adviseert over buitenschuldzaken. De DT&V kijkt ook naar de intentie van de vreemdeling. Dit is volgens de commissie in strijd met het uitgangspunt dat de aanvraag op grond van objectieve, controleerbare feiten en omstandigheden moet worden beoordeeld. Met ingang van 2011 wijst de IND buitenschuldaanvragen direct af als niet is gebleken dat de vreemdeling aan een deel van de voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning voldoet. Het gevolg daarvan is dat de tijd die de DT&V nodig heeft om onderzoek te doen en een zwaarwegend advies uit te brengen niet langer ten koste gaat van de beslistermijn van de IND. Volgens de ACVZ is deze werkwijze echter in strijd met de Algemene wet bestuursrecht.

 

Aanbevelingen

De ACVZ beveelt aan het beleid preciezer te formuleren en duidelijker toe te lichten. De commissie doet onder andere de volgende aanbevelingen:

• Beëindiging van de werkwijze die de IND sinds 2011 toepast. In plaats daarvan zou de IND

buitenschuldaanvragen inhoudelijk moeten beoordelen als de vreemdeling de leges voor

indiening van de aanvraag heeft betaald en zijn aanvraag niet kennelijk ongegrond is;

• Afbakening van de voorwaarde dat sprake moet zijn van een samenhangend geheel van

feiten en omstandigheden op grond waarvan kan worden vastgesteld dat sprake is van een

buitenschuldsituatie, door aan te geven wanneer in ieder geval sprake is van een dergelijke

situatie en uit te werken wanneer een buitenschuldsituatie niet wordt aangenomen;

• Verlening van de buitenschuldvergunning als een jaar na indiening van de aanvraag voor een (vervangend) reisdocument bij de autoriteiten van het land van herkomst nog geen reactie van die autoriteiten is ontvangen en dit de vreemdeling niet te verwijten valt.

 

Het volledige rapport is hier te downloaden.

 

Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken 



Uitgelicht


Zoeken