Direct naar  hoofdmenu / submenu / zoekveld
Home / Actualiteitenoverzicht / 2013 / ACVZ-advies over vreemdelingenbewaring

ACVZ-advies over vreemdelingenbewaring

“Garandeer dat vreemdelingenbewaring ook in de praktijk slechts als uiterste middel wordt ingezet.”

Dat schrijft de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ) in het vandaag verschenen advies Vreemdelingenbewaring of een lichter middel?’. De staatssecretaris verzocht de commissie op 14 december 2012 hem over dit onderwerp te adviseren.

ACVZ-advies over vreemdelingenbewaring


Vreemdelingenbewaring uitsluitend toegestaan als uiterste middel

Vreemdelingenbewaring is een zware maatregel die slechts als uiterste middel mag worden ingezet om het vertrek van hier niet-legaal verblijvende vreemdelingen te realiseren. De wet schrijft daarnaast voor dat vreemdelingenbewaring uitsluitend mag worden opgelegd zolang er daadwerkelijk zicht is op vertrek en er een reëel risico bestaat dat de vreemdeling zich tijdens een vertrekprocedure zal onttrekken aan het toezicht van de overheid.

Toegenomen aandacht voor alternatieven, maar nog steeds knelpunten
De laatste jaren is het aantal inbewaringstellingen van vreemdelingen gedaald en worden door de overheid nieuwe alternatieven voor vreemdelingenbewaring ontwikkeld. De commissie heeft echter verschillende juridische, beleidsmatige en praktische knelpunten geconstateerd, waardoor in de praktijk niet kan worden gegarandeerd dat vreemdelingenbewaring daadwerkelijk uitsluitend als uiterste middel wordt ingezet.

Het besluit tot inbewaringstelling moet in een deel van de gevallen worden genomen onder tijdsdruk, op grond van gebrekkige informatie
Vreemdelingenbewaring wordt opgelegd door een Hulpofficier van Justitie. De commissie heeft geconstateerd dat de hulpofficieren van de Vreemdelingenpolitie in de praktijk hun beslissing in sommige gevallen moeten nemen onder hoge tijdsdruk en op grond van onvolledige of onbetrouwbare informatie. Daarnaast worden de belangen van de vreemdeling gedurende dit besluitvormingsproces vaak niet voldoende behartigd. Hierdoor worden alternatieven voor bewaring onvoldoende meegenomen in het besluitvormingsproces.

Alternatieven voor vreemdelingenbewaring kunnen breder worden ingezet
De effectiviteit van vreemdelingenbewaring neemt af naarmate de maatregel langer voortduurt. Wanneer vreemdelingenbewaring langer duurt dan 6 maanden, slaagt de Dienst Terugkeer en Vertrek er nog slechts in 17% van de gevallen in om de vreemdeling aantoonbaar te laten vertrekken. De adviescommissie betwijfelt of de kosten en het ingrijpende karakter van langdurige vreemdelingenbewaring hiertegen opwegen. In de praktijk is bovendien aangetoond dat ook lichtere maatregelen, zoals plaatsing in een vrijheidsbeperkende locatie of deelname aan duurzame terugkeerprojecten, in een aantal gevallen leiden tot het vertrek van de vreemdeling. De Adviescommissie doet de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie aanbevelingen die ertoe kunnen leiden dat een Hulpofficier van Justitie in de praktijk voldoende kennis en mogelijkheden heeft om zijn beslissing goed voor te kunnen bereiden. Daarnaast stelt de commissie maatregelen voor waarmee kan worden verzekerd dat bewaring slechts als uiterste middel wordt toegepast en niet langer voortduurt dan gerechtvaardigd is. Ten slotte spoort de Adviescommissie de staatssecretaris aan om door te gaan met het ontwikkelen van alternatieven voor bewaring en maatregelen te nemen om de bestaande begeleiding van vreemdelingen tijdens vertrekprocedures verder te verbeteren.

 

Het volledige adviesrapport is hier te raadplegen.


Uitgelicht


Zoeken