Direct naar  hoofdmenu / submenu / zoekveld
Home / Actualiteitenoverzicht / 2013 / Gevolgen tweede fase GEAS

Gevolgen tweede fase GEAS

Staatssecretaris informeert Tweede Kamer

In een uitgebreide brief van 22 oktober jl. informeert staatssecretaris Teeven de Tweede Kamer over de gevolgen van de tweede fase van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) voor Nederland. In de brief wordt stil gestaan bij aanpassingen van de Kwalificatierichtlijn (ofwel Definitierichtlijn), de Procedurerichtlijn, de Opvangrichtlijn, de Dublinverordening en de Eurodacverordening.


De gevolgen van de aanpassingen van de Kwalificatierichtlijn zijn voor Nederland beperkt “omdat het grotendeels een codificatie betreft van Europese jurisprudentie die in Nederland reeds werd toegepast”. Dat ligt anders bij de herziene Procedurerichtlijn. Zo zal in de toekomst aan beroepen in AA-zaken (algemene asielprocedure) automatisch schorsende werking aan het beroep zijn verbonden. De nieuwe Procedurerichtlijn verplicht bovendien tot een volle ex-nunc toets in beroep, waar in Nederland tot nu toe een gemengd stelsel geldt. De procedure op Schiphol moet aangepast worden omdat op grond van de nieuwe richtlijn niet volgehouden kan worden dat in Nederland geen sprake is van een grensprocedure. Ook op het gebied van het medisch steunbewijs, waarover de Procedurerichtlijn regels kent, moet de praktijk veranderen. “Het is mogelijk dat Nederland vaker dan voorheen een medisch onderzoek zal moeten uitvoeren”, zo schrijft Teeven.

 

De vastgestelde Opvangrichtlijn “geeft een limitatief aantal gronden voor de inbewaringstelling van asielzoekers en bevat de verplichting om deze gronden in de nationale regelgeving op te nemen”, aldus Teeven. Bovendien worden eisen gesteld aan de omstandigheden waarin detentie plaats vindt. “Het Nederlandse wettelijk kader zal hiertoe worden aangepast aan de richtlijn.” De nieuwe Dublinverordening (ook wel Dublin III genoemd) heeft een aantal gevolgen voor de Nederlandse praktijk. Het criterium voor bewaring (“significant risico op onderduiken”) is zwaarder dan het criterium van de Terugkeerrichtlijn (“risico op onderduiken”). Bovendien moet de overdracht binnen zes weken na de claimaanvaarding plaatsvinden om betrokkenen in bewaring te houden. Handelingen om een Dublinclaim te leggen kunnen na 1 januari 2014 pas plaats vinden na de formele indiening van de asielaanvraag. “Daartoe wordt de ondertekening van het asielaanvraagformulier in de Nederlandse asielprocedure in de tijd naar voren gehaald. Na ondertekening van dit aanvraagformulier begint de rust- en voorbereidingstermijn en het onderzoek welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.” De nieuwe Dublinverordening voorziet ook in een inspanningsverplichting om familieleden van een amv die mogelijk in een ander EU-land verblijven op te sporen en te onderzoeken of zij voor de amv kunnen zorgen. De voorwaarden voor het raadplegen van Eurodacgegevens zijn in de nieuwe Eurodacverordening aangescherpt.

 

De hele brief leest u hier.

 

 


Uitgelicht


Zoeken