Direct naar  hoofdmenu / submenu / zoekveld
Home / Actualiteitenoverzicht / 2013 / Mensenhandel: het slachtofferperspectief. “Eerst hulpverlening, dan ondervraging door de politie.”

Mensenhandel: het slachtofferperspectief. “Eerst hulpverlening, dan ondervraging door de politie.”

Publictie toegelicht Universiteit Tilburg

“Slachtoffers van mensenhandel in Nederland zouden eerst een hulpverleningstraject in moeten, voordat ze worden ondervraagd door de politie. Dat zal ertoe bijdragen dat er meer daders worden opgespoord, omdat veel slachtoffers die informatie nu niet durven te geven.” Dat concluderen onderzoekers van INTERVICT, het instituut voor victimologie van Tilburg University, in een rapport over de behoeften van slachtoffers van mensenhandel in Nederland.

 

Een van de hoofdconclusies van het onderzoek is dat de huidige aanpak van mensenhandel in Nederland onvoldoende rekening houdt met de belevingswereld en de beslisfactoren van slachtoffers die net zijn ontsnapt aan hun uitbuiters. De timing van de aanpak mensenhandel spoort niet met het tijdspad van de verwerkingsprocessen van de slachtoffers. Onderwerpen die pas later aan de orde zouden moeten komen, zoals medewerking aan een proces tegen de daders of illegaal verblijf in Nederland, worden nu onmiddellijk en op een verplichtende manier aan de orde gesteld door politie en justitie. Maar veel slachtoffers van mensenhandel geven aan te worden belemmerd hun (hele) verhaal te vertellen. Individuele factoren spelen daarbij een rol. Zo bestaat bij velen wantrouwen ten opzicht van politie en justitie. Er kan ook sprake zijn van trauma’s of angst voor represailles, van medische en/of verslavingsproblemen, geldschulden. Het beleid zou mede moeten worden gestoeld op de belevingswereld van de slachtoffers, aldus de onderzoekers.

Het rapport stelt dat de vaststelling van slachtofferschap gericht zou dienen te zijn op de intake voor een hulpverleningstraject en zou niet ondergeschikt moeten zijn aan het vaststellen van een opsporingsindicatie. De politie zou vanuit hun beroepsrol geneigd zijn om bij een interview met een slachtoffer vooral naar de opsporingsindicaties te kijken. Het vaststellen van slachtofferschap zou dan ook niet de exclusieve bevoegdheid van de politie moeten zijn. Deze identificatie zou moeten gebeuren door teams waarin meerdere disciplines zijn opgenomen, zoals ervaren politierechercheurs, deskundige hulpverleners en tolken, die in eerste instantie gericht zijn op crisisopvang en hulpverlening, Wanneer medewerking met de politie berust op een in vrijheid gemaakte keuze, zullen slachtoffers naar verwachting meer informatie geven, aldus de onderzoekers.

Het rapport stelt verder dat de precieze omvang van het fenomeen mensenhandel in Nederland onduidelijk is en nader dient te worden onderzocht. Het is echter wel duidelijk dat er steeds meer verschillende soorten uitbuiting en slachtoffers zijn, terwijl de aanpak van mensenhandel nog vooral gericht is op slachtoffers van seksuele uitbuiting zonder geldige verblijfstitel. Ongeveer een kwart van de geregistreerde slachtoffers is de laatste jaren onderhevig aan arbeidsuitbuiting en de groep slachtoffers zonder verblijfstitel neemt af, vooral door de uitbreiding van de EU. Daarnaast is er een grote groep Nederlandse slachtoffers van uitbuiting. De hulpverlening zou beter afgestemd moeten worden op deze diversiteit, zodat er minder slachtoffers tussen wal en schip vallen, aldus de onderzoekers.

 

 Meer informatie kunt u hier lezen.

 

 

 

 

 



Uitgelicht


Zoeken