Direct naar  hoofdmenu / submenu / zoekveld
Home / Actualiteitenoverzicht / 2014 / ACVZ-advies over nareisbeleid

ACVZ-advies over nareisbeleid

Bevindingen en aanbevelingen

Op grond van vermeende fraudesignalen is het beleid voor nareizende gezinsleden van vluchtelingen in de afgelopen jaren aangescherpt en later voor minderjarige biologische en pleegkinderen weer versoepeld. Mede naar aanleiding van een kritisch rapport van de Kinderombudsman heeft de ACVZ op verzoek van staatssecretaris Teeven onderzocht hoe de wijzigingen van de afgelopen jaren, het huidige nareisbeleid en de uitvoering daarvan zich verhouden tot het internationale en Europese recht

 

Bevindingen

 

Verzoeken om nareis welwillend beoordelen

Gezinshereniging mag niet worden belemmerd als de nareizigers tot het gezin van de toegelaten vluchteling (de hoofdpersoon) hebben behoord en de gezinsband niet verbroken is om andere redenen dan de vlucht. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met bewijsnood en moet goed worden gemotiveerd waarom geen sprake (meer) is van een feitelijke gezinsband.

 

Strijd met internationale en Europese recht weggenomen in het aangescherpte beleid

De meeste aanscherpingen van het nareisbeleid pasten binnen het internationale en Europese recht. Dat gold niet voor de in juli 2009 ingevoerde maatregel om de gezinsband bij pleegkinderen eerder als verbroken te beschouwen dan bij biologische kinderen. Deze maatregel is in mei 2013 teruggedraaid na een uitspraak van de Raad van State.

 

Aanbevelingen

 

De commissie doet onder andere de volgende aanbevelingen:

 

  • Ga bij de beoordeling van nieuwe nareisaanvragen in bepaalde zaken uit van de leeftijd van de gezinsleden ten tijde van de eerste aanvraag (motie Strik). Deze zaken beperken zich tot zaken waarin de eerdere aanvraag enkel is afgewezen op grond van de vóór 1 januari 2014 geldende krappe definitie van ‘gezinslid’, die naderhand is bijgesteld.
  • Neem in de Vreemdelingenwet een mogelijkheid op om in bijzondere omstandigheden van de driemaandentermijn voor een nareisverzoek te kunnen afwijken;
  • Neem in het beleid een verwijzing op naar de aanbevelingen voor het horen van kinderen van het VN-Comité voor de Rechten van het Kind. Op die manier kunnen medewerkers die kinderen horen, terugvallen op algemeen geaccepteerde handvatten voor het horen van kinderen, die dan niet alleen voor hen maar voor iedereen kenbaar zijn.

Uitgelicht


Zoeken