Direct naar  hoofdmenu / submenu / zoekveld
Home / Actualiteitenoverzicht / 2014 / Niet-westerse migranten extra hard getroffen door economische crisis

Niet-westerse migranten extra hard getroffen door economische crisis

SCP Jaarrapport integratie 2013: Participatie van migranten op de arbeidsmarkt

De economische crisis heeft diepe sporen getrokken in de arbeidsmarktpositie van migrantengroepen. De werkloosheid is na 2008 snel opgelopen en ligt bij hen drie keer zo hoog als bij autochtone Nederlanders, respectievelijk 16% tegen 5%. Onder niet-westerse jongeren nadert de werkloosheid inmiddels de 30%. Zo hoog was de jeugdwerkloosheid deze eeuw nog niet. Jongeren zijn niet alleen vaak werkloos, werkende migrantenjongeren zijn ook zeer vaak aangewezen op een flexibele baan. Vaste banen zijn zo langzamerhand een uitzondering; ongeveer twee derde van hen heeft een flexibel dienstverband. Dit geldt overigens ook voor ruim de helft van de autochtone jongeren.

 

Tevens zijn er grote verschillen in inkomen en bijstand. 12% van de niet-westerse migranten is afhankelijk van een bijstandsuitkering, tegen 2% van de autochtonen. Ook blijft de inkomenspositie van niet-westerse migranten ver achter. De armoede onder migranten is naar verhouding groot. Van de volwassen niet-westerse migranten leeft één op de zeven in een armoedehuishouden, bij de niet-westerse kinderen is dit maar liefst één op de vier. Bij autochtone kinderen is dit één op de zestien.

 

 

Ook bij gelijke kwalificaties zijn migranten vaker werkloos dan autochtonen. Dit rapport laat zien dat algemene factoren, zoals opleidingsniveau en werkervaring, maar voor een deel de geconstateerde achterstand ten opzichte van autochtonen kunnen verklaren.

 

 

Er is ook een aantal positieve punten te noemen. Zo is het beroepsniveau van migrantengroepen gestegen. Het verschil in het aandeel werkenden met een hoog of wetenschappelijk beroep is bij de tweede generatie en autochtonen niet groot meer. Ondanks de economische crisis is de arbeidsparticipatie van migrantenvrouwen in de afgelopen tien jaar toegenomen. Hierbij is onder meer van belang dat het aandeel vrouwen uit migrantengroepen dat stopt met werken na geboorte van een kind, is gedaald. Een aanzienlijk deel van de vrouwen met kinderen treedt bovendien later weer op de arbeidsmarkt in.

 

 

Wat dit rapport nadrukkelijk laat zien, is dat migrantengroepen bij uitstek gevoelig zijn voor conjuncturele ontwikkelingen. Met name de werkloosheid vertoont stevige schommelingen. De duur van de crisis zal dan ook in sterke mate bepalen of en naar welk niveau de werkloosheid doorstijgt.

 

 

Het onderzoek is uitgevoerd door Willem Huijnk, Mérove Gijsberts en Jaco Dagevos van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Zij hebben dit gedaan op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Welzijn, directie Integratie en Samenleving.

 

 

Ingezonden door het Sociaal en Cultureel Planbureau.

 

 

Het volledige rapport is hier te vinden.

 


Uitgelicht


Zoeken