Benchmark EMN Nederland: 'Bescherming van migrerende kinderen in EU-lidstaten'

De Europese Commissie (EC) wil migrerende kinderen in Europa zoveel mogelijk beschermen. De EC gaf EU-lidstaten hiervoor in 2017 beleidsaanbevelingen en monitort de uitvoering van deze aanbevelingen. Het Europees Migratienetwerk (EMN) leverde in 2020 aan de EC de nodige informatie hiervoor uit de lidstaten. EMN Nederland bracht het Nederlandse beleid voor jonge migranten in kaart en vergeleek dit in een benchmark met het beleid van andere lidstaten.

De rechten van migrerende kinderen zijn ook opgenomen in het nieuwe Migratiepact (september 2020) van de EC, in lijn met de eerdere aanbevelingen. Het pact benoemt de beoogde samenwerking tussen EU-lidstaten voor een effectief en humaan Europees migratiebeleid. 

Benchmark EMN Nederland: 'Bescherming van minderjarige migranten in Europa, de situatie in Nederland vergeleken met andere EU-lidstaten'

Onderwerp - Benchmark waarin EMN Nederland de Nederlandse onderzoeksresultaten van het EMN-onderzoek ´Children in Migration, Report on the state of implementation in 2019 of the 2017 Communication on the protection of children in migration´ (maart 2021) vergelijkt met de resultaten van andere EU-lidstaten. Dit eerdere EMN-onderzoek bracht op verzoek van de EC het nationale beleid in 2019 van de lidstaten in kaart voor minderjarige migranten uit landen van buiten de Europese Economische Ruimte (EER; alle EU-lidstaten plus Liechtenstein, Noorwegen, IJsland). Daarbij lag de nadruk op het beleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv´s), in 2019 vroegen 17.675 amv´s asiel aan in Europa (exclusief Spanje). Het evalueren van het beleid en de uitwerking hiervan viel buiten de scope van het onderzoek. De EC deelt de EMN-onderzoeksresultaten met migratie-experts en experts voor kinderbescherming uit de lidstaten.

Beleidsthema's - Identificatie- en registratieprocedures (ook voor slachtoffers van mensenhandel), opvang, vaststelling van de verblijfsstatus en procedurele waarborgen, inbewaringstelling en terugkeer, duurzame oplossingen voor minderjarigen, overgang naar volwassenheid.

Onderzoeksperiode - 2019

Vergelijking Nederlands beleid met andere EU-lidstaten

De mate waarin het Nederlandse beleid verschilt van andere lidstaten varieert per beleidsonderdeel. 

Kind in een vluchtelingenkamp op het Griekse Lesbos | Foto: IOM, 2015
Kind in een vluchtelingenkamp op het Griekse Lesbos | Foto: IOM, 2015
  • In lijn met de regelgeving voor de Europese databank Eurodac nemen lidstaten tijdens de identificatie- en registratieprocedure verplicht vingerafdrukken af bij asielaanvragers van 14 jaar en ouder. Nederland houdt een lagere leeftijdgrens aan en neemt vingerafdrukken af van kinderen van 6 jaar en ouder. De Europese Commissie stelde in 2016 al voor om een leeftijdsgrens aan te houden van 6 jaar.
  • Het identificeren van slachtoffers van mensenhandel in lidstaten gebeurt door verschillende partijen, waaronder handhavende partijen (zoals de politie of partijen gespecialiseerd in mensenhandel), immigratieautoriteiten, kind- of jeugdwelzijnsorganisaties, of gespecialiseerd personeel zoals maatschappelijk werkers, psychiaters en psychologen. In Nederland gebeurt dit door een speciaal team van de Nationale Politie of de Koninklijke Marechaussee (Kmar).
  • 16 lidstaten en Noorwegen hebben speciale opvangcentra voor amv's. Een aantal lidstaten heeft alternatieven voor opvangcentra, zoals opvang in een pleeggezin of een groepsaccomodatie. In Nederland zijn beide opties opgenomen in het reguliere aanbod van opvang voor amv´s, waarbij het soort opvang afhangt van de leeftijd, behoeften en verblijfsstatus van een kind.
  • In de helft van de lidstaten (waaronder Nederland) hebben amv´s die geen asiel aanvragen toegang tot dezelfde accommodatie en voorzieningen als amv´s die dat wel doen. Sommige lidstaten organiseren speciale opvang voor alleenstaande kinderen die geen asiel aanvragen.
  • Alle lidstaten nemen in de asielprocedure de standpunten van amv's zelf mee. Opvallend is dat Nederland dat meestal doet bij amv´s vanaf 6 jaar, Estland vanaf 10 jaar en Finland vanaf 12 jaar.
  • 20 landen (waaronder Nederland) prioriteren aanvragen van amv´s voor internationale bescherming. In Nederland behandelt een speciaal team in Den Bosch deze aanvragen.

 

Overgang naar volwassenheid

  • In Nederland en een aantal andere landen geldt dat zodra amv's 18 jaar zijn ze niet langer gebruik kunnen maken van de opvangfaciliteiten voor kinderen (11 landen) en/of het voogdijsysteem (16 landen). In 10 landen (waaronder Nederland) worden jongvolwassenen in de asielprocedure in principe in de opvangcentra voor volwassenen geplaatst of in private accommodaties. In Tsjechië kan een amv die 18 jaar is geworden in de opvang voor kinderen blijven tot een beslissing is genomen op de asielaanvraag. 
  • De meeste lidstaten bieden ondersteuning in de overgangsfase naar volwassenheid aan amv´s die legaal in het land verblijven. Zo helpen sommige lidstaten met het vinden en toegang krijgen tot training, onderwijs of werk (16 lidstaten), het geven van financiële steun (9 lidstaten) en/of met psychologische hulp (8 lidstaten). De duur van deze ondersteuning in de overgang naar volwassenheid verschilt per lidstaat. In sommige lidstaten is dat tot 21 jaar, in andere langer tot 25-27 jaar. In Nederland zorgt Nidos, als voogdijinstelling, voor de overdracht van ondersteuning naar de gemeente als een jongere een verblijfsvergunning krijgt. De gemeente bepaalt vervolgens naar eigen inzicht de duur en intensiteit van de ondersteuning.
  • Amv´s die meerderjarig worden moeten in 9 lidstaten waaronder Nederland en Noorwegen terugkeren naar hun land van herkomst als er geen verdere gronden zijn voor legaal verblijf.

 

Terugkeer en inbewaringstelling

  • In 14 lidstaten (waaronder Nederland) en Noorwegen maakt de wet het mogelijk om amv´s in bewaring te stellen voorafgaand aan terugkeer. In de overige 11 lidstaten is dit niet mogelijk. Daarbij valt op dat 4 landen een kortere maximale duur aanhouden voor de inbewaringstelling van amv´s dan de maximale termijn van 6 maanden in de Terugkeerrichtlijn (2008). In 3 landen is dat 72 uur. In Nederland is dit (afhankelijk van de situatie) maximaal 14 dagen, 4 weken, of geldt de maximale duur uit de Terugkeerrichtlijn. Daarnaast hebben 3 landen een leeftijdslimiet ingesteld.
  • Ongeveer de helft van de lidstaten voert geen gedwongen terugkeer uit bij amv´s. In Nederland en 11 andere landen is dat wel mogelijk, onder zeer strikte voorwaarden.

 

Publicaties


Begin 2022 publiceert het EMN een vervolgonderzoek naar de aanpak van EU-lidstaten van de overgang naar volwassenheid: ' Measures to support transition into adulthood for unaccompanied minors'.


Voorbeelden van twee recente onderzoeken naar de situatie van migrerende kinderen: